Behandeling met Herceptin
Voor wie is HER2- antilichaamtherapie geschikt?
Bij 25-30% van alle borstkankerpatiënten is sprake van een verhoogde aanwezigheid van HER2-receptoren (Humane Epidermale groeifactor Receptoren Type 2) op de borstkankercel. We noemen dit ook wel “HER2 positief” of HER2 “overexpressie”.
HER2 positiviteit kan worden vastgesteld door een stukje weggenomen tumorweefsel te onderzoeken met behulp van speciale testen die hiervoor ontwikkeld zijn. Dit stukje weefsel kan worden verkregen door het nemen van een biopt uit de tumor of door het wegnemen van de tumor tijdens de operatie. De test wordt door de patholoog van het laboratorium in Leeuwarden uitgevoerd.
Vrouwen met een tumor die “HER2 positief” is, kunnen behandeld worden met HER2 antilichaamtherapie (trastuzumab= Herceptin®). Door een Herceptin behandeling van 1 jaar vermindert de kans dat de ziekte terugkeert aanzienlijk en daarmee ook de kans op het krijgen van uitzaaiingen.
Wat is een antilichaam?
Sinds enkele jaren is het mogelijk om in het laboratorium antilichamen te produceren die gericht zijn tegen de HER2-receptoren die zich bevinden op de celwand van bepaalde borstkankercellen en die een belangrijke rol spelen bij de groei van deze kankercellen. Deze antilichamen binden zich aan de HER2-receptor en blokkeren deze receptor zodat hij geen groeisignalen meer kan ontvangen en doorgeven. Hierdoor kan de tumorcel zich niet meer delen en wordt de groei van de tumor geremd.
In 2000 is het eerste geneesmiddel op basis van antilichamen tegen deze HER2 receptor beschikbaar gekomen voor de behandeling van uitgezaaide borstkanker (Herceptin®, werkzame stof trastuzumab). Sinds mei 2006 is Herceptin ook voor niet uitgezaaide (vroege) HER2-positieve borstkanker geregistreerd.
Vroege borstkanker: hoe wordt HER2 antilichaamtherapie toegepast?
De behandeling met Herceptin vindt meestal plaats in combinatie met een behandeling met chemotherapie. Door de behandeling te combineren wordt het effect van beide behandelingen versterkt. Indien de tumor tevens hormoongevoelig is, zal na afronden van de chemotherapie ook nog hormoontherapie gegeven worden. Wanneer de behandeling met chemotherapie is afgerond wordt Herceptin voortgezet tot een periode van 1 jaar.
Toediening en behandelduur
Herceptin wordt wekelijks of eens in de 3 weken worden toegediend via een infuus. Dit gebeurt poliklinisch op de poli oncologie. De eerste keer wordt Herceptin langzaam toegediend (in 1½ uur) en is de dosering hoger (oplaaddosis) dan tijdens de volgende behandelingen. Gedurende dit infuus en een uur daarna zal er goed op u worden gelet omdat er een kleine kans is op een allergische reactie. Indien u geen problemen ondervindt, zullen de vervolgbehandelingen in kortere tijd worden toegediend.
In principe wordt Herceptin bij niet-uitgezaaide borstkanker voor de duur van 1 jaar gegeven.
Mogelijke bijwerkingen van HER2 antilichaamtherapie
Omdat HER2 antilichamen zich specifiek op de in het lichaam aanwezige HER2-receptoren richten, (die zich hoofdzakelijk op de borstkankercellen bevinden) worden de meeste gezonde lichaamscellen niet beinvloed. Dit betekent dat de behandeling in het algemeen goed wordt verdragen.
De bijwerkingen en het moment van optreden van deze bijwerkingen zijn bij antilichaamtherapie anders dan bij chemotherapie. De meeste bijwerkingen treden op tijdens of net na de eerste behandeling en zijn kortdurend van aard. Daarom wordt tijdens en na dit eerste infuus extra goed en extra lang op u gelet. De meeste mensen ondervinden geen bijwerkingen.
De meest voorkomende bijwerkingen tijdens infusie zijn:
Grieperig gevoel: rillingen, koorts, hoofdpijn, spierpijn, gevoel van zwakte, pijn op de borst.
Als de bijwerkingen tijdens de infusie te veel problemen veroorzaken, kan de infusie eventjes worden gestopt totdat de klachten zijn verdwenen. Het infuus kan vaak dezelfde dag weer worden hervat. Ook kan het helpen het infuus langzamer te laten inlopen. Als u bijwerkingen ervaart meld dit dan bij uw arts of verpleegkundige. Mogelijk kan er medicatie worden gegeven waardoor uw klachten verminderen.
Bij een minderheid van de patiënten kan een functieverslechtering van het hart op te treden. Om uw hartfunctie te controleren en eventueel tijdig de behandeling aan te passen zal regelmatig een zogenaamde MUGAscan plaatsvinden. Deze MUGAscan zal voorafgaand aan de start van de behandeling en elke 3 maand tijdens de behandeling verricht worden.
Als u een vraag heeft over de bijwerkingen die u zelf ervaart bespreek deze dan altijd met uw arts of verpleegkundig consulent oncologie.